Toen Mozes boven op de berg aankwam, dacht hij toen: ‘Jezus, das vreemd, een pratende brandende struik!’
Toen de Rooms-Katholieke priester net een jongetje had betast, dacht hij toen: ‘Nu kan hij mijn bloed wel drinken!’
Toen de Islamitische zelfmoordterrorist in de hemel kwam, dacht hij toen: ‘Godver, 40 maagden met het Downsyndroom, heb ik weer…’
Toen Boeddha een dag lang had gemediteerd, dacht hij toen: ‘Ik moet zo ongelooflijk nodig schijten!’
Toen Abraham 50 werd, dacht hij toen: ‘Ik word oud…’
Toen Jezus water in wijn veranderde, dacht hij toen: ‘Dit had ik eerder moeten weten!’
Toen Petrus de haan drie keer hoorde kraaien, dacht hij toen: ‘Zal toeval bestaan?’
Toen Joseph zijn kleurige jas kreeg, dacht hij toen: ‘GAY!’
Toen GabriĆ«l bij Mohammed verscheen, dacht hij toen: ‘Damn, een man, ik hoopte weer op een leuke vrouw als Maria…’
Toen de Paus de eerste bijbel in handen had, dacht hij toen: ‘Wow, dit gaat een bestseller worden!’




